Iedereen verdiende aan de baby's

uit: Trouw

Jarenlang werd er in de Chinese provincie Hunan grof geld verdiend met de handel in adoptiekinderen. Volgens de Chinese regering is het schandaal inmiddels uit de wereld. Maar het is de vraag of het een uitzondering is.

De regio Wuchuan in het zuidwesten van de Chinese provincie Guangdong verschilt in weinig van andere plattelandsgebieden in China. Er is een stad van bijna 200.000 inwoners – Wuchuan-Stad. Daaromheen liggen groene velden, hier en daar onderbroken door kleine dorpjes en half afgebouwde fabriekshallen. Wie naar het zuiden kijkt ziet de zee liggen, vol parels en garnalen, maar die natuurlijke rijkdom zie je niet af aan de bewoners. Op de nieuwe tolweg rijden ook karren, tractoren en brommers, die geregeld moeten uitwijken voor wandelende keuterboertjes en dagloners. Het is zo’n typische Chinese regio met vooral landbouw, die verder voor de hele wereld waterschoentjes en kleurig plastic speelgoed maakt.

Wie Wuchuan-Stad doorrijdt in oostelijke richting en linksaf slaat net over de rivier, ziet het grote kindertehuis liggen. Meestal wonen daar minstens 100 kinderen onder de tien jaar, merendeels vondelingen als gevolg van armoede en de Chinese één-kind-politiek. Wuchuan droeg jarenlang de eretitel ’Modelstad voor familieplanning’, maar strenge naleving van de geboortepolitiek betekent wel dat ’illegale’ kinderen sneller worden weggelegd.

Het kindertehuis was niet de enige plaats waar die vondelingen terechtkwamen. In één van de dorpen nabij Wuchuan woonde Liang Guihong, een vrouw van in de vijftig die al jaren gevonden baby’s opving. Op sommige momenten zorgde ze samen met wat andere oudere vrouwen voor wel veertig kindertjes. Ouders klopten aan omdat ze wisten dat mevrouw Liang voor de kinderen kon zorgen. Bovendien had ze connecties: soms kwamen Chinese stellen langs die kinderen wilden adopteren. Zo ging het al minstens tien jaar, blijkt uit een reconstructie in het weekblad Fenghuang van de Chinese journalist Deng Fei.

Mevrouw Liang kreeg hoogstens een kleine vergoeding voor de verzorging van baby’s. Maar dat veranderde toen Zhang Mou lucht kreeg van haar bestaan. Zoals zoveel Chinezen was Zhang naar elders getrokken om tijdelijk werk te vinden. Hij verdiende nu de kost op een kippenboerderij vlakbij Wuchuan.

Wat Zhang bijzonder maakte waren zijn vrouw Duan Meilin en – vooral – zijn schoonmoeder, Chen Yejin. Die had in een kindertehuis gewerkt in de stad Changning in de provincie Hunan en wist dat tehuizen daar tegenwoordig hoge vergoedingen betaalden als je een kind bracht. In dat deel van Hunan wilden de tehuizen meer kinderen kunnen aanbieden voor buitenlandse adoptie. Buitenlandse ouderparen betalen bij een adoptie namelijk 3000 dollar als vergoeding voor de gemaakte kosten, en dat zijn cruciale inkomsten.

De link was snel gelegd. Zhang Mou en Duan Meilin bezochten mevrouw Liang eind 2002, namen een kind mee ter adoptie en gingen daarmee naar het tehuis in Changning. Ze kregen 2300 yuan, omgerekend 230 euro, voor de baby – een groot bedrag voor een regio waar het gemiddelde inkomen 300 yuan per maand is. Enkele maanden later nam de familie zelfs zes kinderen mee in een doos. Ditmaal ontdekte de politie hen, nam de kinderen in beslag en arresteerde het echtpaar. Vervolging bleef echter uit.

In de jaren erna reisde Duan Meilin met Zhang Mou of andere leden van de familie steeds vaker op en neer tussen Guangdong en Hunan. Het werd ook steeds lucratiever: in de loop van 2005 betaalden tehuizen al 3200 tot 4300 yuan voor een kind. De directies van die tehuizen zorgden zelf voor valse papieren die cruciaal zijn voor buitenlandse adoptie, zoals bijvoorbeeld over de vindplaats van de baby.

Steeds meer mensen wilden een graantje meepikken. Het tehuis in de stad Hengyang, in het zuiden van Hunan, ontdekte de herkomst van de kinderen en begon eigen onderhandelingen met mevrouw Liang. In Wuchuan zelf legde de Duan-familie contact met een vroedvrouw en een taxichauffeur die vaak kinderen naar Liang Guihong brachten; zo kwamen ze ook aan kinderen.

Maar dan buiten mevrouw Liang om. Mevrouw Liang zelf begon kleine vergoedingen te betalen aan mensen die haar een kind brachten. Tehuizen die zelf niet in het programma voor buitenlandse adoptie zaten begonnen ’door te leveren’ aan tehuizen die daaraan wel deelnamen. Al met al ontstond er een flink netwerk, waarin minstens zes tehuizen in Hunan participeerden. Op het hoogtepunt leverde alleen al de Duan-familie tien kinderen per maand, terwijl er nu ook andere smokkelstromen waren ontstaan. Van 2003 tot eind 2005 reisden zo minimaal 800 baby’s van Guangdong naar Hunan, zo concludeert Fenghuang, en mogelijk veel meer. Zo kocht het tehuis in Hengnan vanaf 2003 169 kinderen, dat in Hengshan 232, dat in Hengyang zelfs 409. Van de verhandelde kinderen ging volgens het tijdschrift Fenghuang veruit het grootste deel voor adoptie naar het buitenland.

Maar het werd steeds duidelijker dat er winst werd gemaakt. Zo lieten stafleden van het Hengyang-tehuis nieuwe woningen bouwen en reed de directeur rond in een auto met chauffeur, vertelden omwonenden aan de Washington Post. Het tehuis zelf mocht pas najaar 2004 meedoen aan buitenlandse adoptie, maar profiteerde al eerder door kinderen te leveren aan tehuizen die dat al wel deden. Onder leiding van de energieke directeur nam het daarna een grote vlucht. De werknemers kregen een bonus als ze voor veel adoptiekinderen zorgden en de staf praatte over kinderen als over handelswaar: ’nieuwe goederen’, ’voorraad’, ’uitgaande goederen’.

Het kon niet eindeloos doorgaan. Aan de hele operatie kwam op 17 november 2005 om drie uur ’s middags een eind. De politie van het Qidong district in Hunan arresteerde twee zusters van de Duan-familie na aankomst van hun trein op het station van Hengyang. Ze hadden drie kinderen bij zich. Later pakte de politie 27 mensen op, onder wie mevrouw Liang en enkele directeuren van kindertehuizen. In het proces dat volgde werden de verdachten uiteindelijk veroordeeld op basis van handel in 78 van die honderden kinderen. Uit de getuigenissen bleek dat velen vonden dat alle partijen er beter van waren geworden. Mevrouw Liang, omdat ze de achterblijvende kinderen beter kon verzorgen; de kinderen, omdat ze in de tehuizen goede zorg en een betere toekomst tegemoet konden zien; de familie Duan, omdat die goed geld verdiende; en de tehuizen, omdat ze met het extra geld betere zorg konden bieden.

Maar echt altruïsme was het zeker niet. Zo besteedde mevrouw Liang de 60.000 yuan (6000 euro) die ze met de handel had verdiend voor meer dan driekwart aan geneesmiddelen voor zichzelf en haar dochter en aan de opleiding van haar zoon.

Er was zelfs twijfel over de vraag of het ’alleen’ om vondelingen ging, zoals de verdachten volhielden, of dat er kinderen waren ontvoerd. Het staatspersbureau Xinhua gebruikte in zijn Engelstalige verslagen de term ’abducted’. Volgens deskundigen kan dat liggen aan het feit dat het Chinese strafrecht geen onderscheid maakt tussen ontvoeringen en andere vormen van mensenhandel. Het weekblad Fenghuang concludeerde in ieder geval dat als de verdachten het niet daadwerkelijk hadden gedaan, ze kidnapping wel hadden overwogen.

Liang Guihong kreeg uiteindelijk vijftien jaar cel, net als Duan Meilin en haar schoonzus Wu Daichao. Anderen kregen drie tot dertien jaar. Zeker 23 ambtenaren zijn ontslagen voor betrokkenheid of nalatigheid.

Kort na de ontdekking van het smokkelnetwerk in november 2005 werden de buitenlandse adopties vanuit Hunan opgeschort. En dat had gevolgen, want Hunan was in 2005 nog goed voor ongeveer een vijfde van alle Chinese adoptiekinderen die naar het buitenland gaan. Volgens onderzoeker Brian H. Stuy van Research-China.org, die zijn geld verdient met het verzamelen van informatie over adopties in China, verscheen er maandenlang geen enkele vondelingen-advertentie in lokale kranten in Hunan – een wettelijk verplichte eerste stap in het traject naar buitenlandse adoptie. Bevriende directeuren bevestigden hem dat de hele provincie tijdelijk in de ban was gedaan. Reeds opgestelde dossiers werden slechts druppelsgewijs door de CCAA – het centrale adoptie-orgaan van China – afgehandeld. Pas najaar 2006 werden weer nieuwe dossiers uit Hunan aangeboden, nu is het aanbod weer op het oude niveau.

De Chinese autoriteiten meldden voor heel China maatregelen te hebben genomen om herhaling te voorkomen. In dat laatste heeft Stuy niet veel vertrouwen. „De directeuren van de tehuizen hebben wat memo’s en extra instructies gekregen, maar er is niet iets fundamenteels veranderd in het proces. De Chinese autoriteiten beschouwen het Hunan-schandaal als een uitzondering, die geen extra controles of toezicht noodzakelijk maakt.”